De boom die de wind haatte

O wat haatte hij de wind.
Zaten al zijn takken mooi, kwam die stomme wind het weer in de war gooien.

O wat haatte hij die wind.
Elke keer probeerde de wind hem omver te blazen en dan moest hij zich weer stevig vast houden.
Zijn wortels groeven zich dan nog dieper in de grond.

En elke keer won de boom.

Nauw ja, soms won de wind….. een beetje.

Dan blies de wind een paar takken van de boom af.

Haha lachte de boom dan, die waren toch al dood.

Of blies de wind zijn mooie oranje bladeren van hem af.

Die wilde ik toch al laten vallen lachte hij dan.

Maar diep van binnen deed het hem pijn. Hij was altijd erg gesteld op zijn takken en bladeren. Loslaten vond hij het moeilijkste wat er was. Vooral als zijn bladeren zo mooi oranje waren.

Soms blies de wind zelfs zijn schors een beetje van hem af. Dan voelde hij zich kaal en kwetsbaar, maar hij liet het nooit merken.

Ik zal hier blijven staan sterk en trost zei hij dan tegen zichzelf.

Op een dag zag hij naast zich een steeltje uit de grond komen.

En na verloop van tijd begon dat steeltje te groeien en te groeien.

Eerst stond het steeltje nog in de schaduw van de stenen en kon de wind er geen vat op krijgen.

Maar na een aantal jaar was het steeltje gegroeid tot een jonge boom.

Pas op voor de wind had de boom naast hem elke keer gezegd. De wind is slecht en wil je pijn doen. Doe zoals mij en misschien overleef je het.

Maar het jonge boompje luisterde niet en liet zich elke keer mee waaien met de wind. Hij ging van links en naar recht en van rechts naar links. Een keertje raakte zijn kruin zelfs de grond, zo hard blies de wind.

En elke keer gierde hij het uit.

Joehoe, woeiiiii, nog een keer.

En de oude boom snapte er niets van, hoe kan deze jonge boom dit overleven. Hij had geleerd van zijn voorvader dat hij zich moest vast zetten, verstarren, vechten tegen de wind, en deze jonge boom die heeft plezier van de wind.

Nors keek hij de andere kant op en besloot nooit meer tegen de jonge boom te praten.

Het werd herfst en de het land zou getroffen worden door de zwaarste storm ooit.
De oude boom groef zich in en zette zich vast.

De jonge boom ontspande zich en werd zo flexibel mogelijk.

De wind begon te waaien, eerst rustig en toen, steeds harder. De oude boom hield zich kranig. Hij stak zijn wortels nog dieper de grond in. En toen voelde hij hoe de grond onder zijn wortels begon te bewegen.

Langzaam begon de boom zijn grip te verliezen om uiteindelijk om te waaien. Heel zachtjes kwam hij met zijn kruin op de grond.

Strijd verloren…

Hij keek op zij en zag de jonge boom alle kanten op gaan, flexibel in alles wat de wind op hem af stuurde.

Toen de wind ging liggen vroeg de oude boom aan de jonge boom: hoe kan dat nu, dat jij blijft staan en ik hier lig.

De jonge boom antwoordde: Laat de wind niet bepalen wie je bent, maar laat de wind je leren wie je wilt zijn. Boos, mokkend en wrokkend, of flexibel en buigzaam. Neem de lessen mee die je voorvaderen geleerd hebben en kies zelf welke voor jou werken.

Iedere wind is uniek. Van iedere wind kun je iets anders ervaren. En elke ervaring brengt je verder in de wind die het leven heet.

De wind die komt en de die wind gaat.

We worden beperkt door onze eigen emoties.
We doen de dingen zoals onze ouders, opa’s en oma’s hebben gedaan.
Zonder ons meer af te vragen, wil ik dat eigenlijk wel.

Wil jij het anders doen dan je ouders? Wil jij flexibel met je eigen leven om gaan?
www.steenplekgaan.nl

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top

Send this to a friend